Chambreren betekent het op kamertemperatuur brengen van een wijn. Het woord komt van het Franse “chambre”, wat “kamer” betekent. Vroeger waren kamers koeler dan nu, dus historisch gezien lag de ideale serveertemperatuur voor rode wijn rond de 16 à 18 graden Celsius. Het chambreren van rode wijn betekent dus niet dat je hem op de verwarming legt. Het gaat hier om een geleidelijk, beheerst proces waarbij de wijn zijn optimale temperatuur bereikt. Doe je het goed, dan komen de aroma’s en smaken voluit tot hun recht. Doe je het verkeerd, dan proef je dat direct. Na de wijn te hebben gechambreerd wil je de wijn natuurlijk serveren in een kristalhelder glas. Bij Making Connections leer je ook hoe je glazen poleert.
Hoe lang je een wijn moet chambreren, hangt af van de begintemperatuur en de gewenste serveertemperatuur. Stel dat je rode wijn moet chambreren, dan haal je de fles doorgaans minstens 1 tot 2 uur voor service uit de kelder en laat je hem rustig op temperatuur komen. Dit is meestal kamertemperatuur. Schiet de tijd tekort, dan is een bak lauw warm water van maximaal 20 graden een goede uitkomst. Geduld loont hier. Een fles die te snel opwarmt, verliest zijn frisheid en karakter.
Niet elke wijn vraagt om chambreren. Over het algemeen gaat het om chambreren van rode wijn, omdat rode wijnen baat hebben bij een iets hogere serveertemperatuur, zoals volle Bordeaux, Bourgogne en Rhône-wijnen. Lichtere rode wijnen, zoals een jonge Beaujolais, serveer je juist iets koeler, rond de 12 à 14 graden. Witte wijnen en rosés hebben geen chambrering nodig; zij gaan de koelkast in. Het is dus goed om per fles te weten wat de aanbevolen serveertemperatuur is. Staat die informatie op het etiket? Gebruik die dan als leidraad bij chambreren van wijn.
Het chambreren van wijn is precies het soort vaardigheid dat het verschil maakt in jouw horecacarrière. Bij Making Connections leer alles over chambreren, betekenis en werkwijze. Bovendien ga je ook écht aan de slag met jouw wijnkennis en serveervaardigheden. Wil jij straks zelfverzekerd een gast adviseren over de juiste serveertemperatuur? Solliciteer dan snel op een horecavacature via Making Connections en zet de eerste stap richting professioneel chambreren.
Wat is het verschil tussen chambreren en decanteren?
Chambreren en decanteren zijn twee verschillende technieken. Chambreren gaat over het op de juiste temperatuur brengen van een wijn. Decanteren betekent dat je de wijn overgiеt in een karaf, zodat hij kan ademen en eventueel bezinksel achterblijft in de fles. De twee technieken sluiten elkaar niet uit. Je kunt een wijn eerst chambreren en daarna decanteren, afhankelijk van wat de wijn nodig heeft.
Kan je wijn ook te lang chambreren?
Ja, dat kan. Een wijn die te lang op een te warme plek staat, warmt te veel op. Boven de 20 graden Celsius verliest rode wijn zijn frisheid en worden de smaken vlak. Let er dus op dat je de wijn op een koele kamertemperatuur laat staan en niet in de buurt van een warmtebron zoals een fornuis of een raam in de zon.
Heeft elke rode wijn dezelfde ideale serveertemperatuur?
Nee. De ideale serveertemperatuur verschilt per type rode wijn. Volle, rijpe rode wijnen zoals een Bordeaux of Rhône-wijn serveer je het liefst rond de 17 à 18 graden. Lichtere rode wijnen, zoals een Pinot Noir, zijn het lekkerst rond de 14 à 16 graden. Kijk altijd naar het etiket voor de aanbevolen serveertemperatuur van de specifieke wijn die je serveert.
Mag je wijn chambreren in de magnetron?
Nee, dat is sterk af te raden. Een magnetron warmt wijn ongelijkmatig op, waardoor de smaken en aroma’s verloren gaan. Bovendien mag je nooit een fles met metalen capsule in de magnetron zetten. Wil je het proces versnellen, gebruik dan een bak lauw warm water van maximaal 20 graden. Dat is de veiligste en meest betrouwbare manier om een wijn snel op temperatuur te brengen.
Geldt chambreren ook voor mousserende wijnen?
Nee. Mousserende wijnen zoals champagne en prosecco serveer je altijd gekoeld, rond de 6 à 8 graden. Chambreren is voor deze wijnen niet van toepassing, omdat ze anders hun bubbels en frisheid verliezen. Zet mousserende wijnen dus altijd in de koelkast of in een ijsemmer, zeker in een horecaomgeving waar presentatie en kwaliteit hand in hand gaan